Toets spelling werkwoorden tegenwoordige tijd

Gatenvuloefening

  
Vul de gaten in. Druk dan op "Laat nakijken" om uw antwoorden te controleren. Gebruik de "Hints"-knop om een extra letter te krijgen, wanneer u het lastig vindt om een antwoord te geven. U kunt ook op de "[?]"-knop drukken om een aanwijzing te krijgen. Let wel: u verliest punten, wanneer u hints of aanwijzingen vraagt! Soms zijn de Hints- en ?-knoppen uitgeschakeld.
Vul de onderstaande woorden in. Gebruik de tegenwoordige tijd.

1. Piet (lopen) op straat.
2. De vraag (worden) gesteld.
3. Het schip (stranden) in de baai van Australië.
4. Klaas (beantwoorden) de vraag correct.
5. Ik (worden) als eerste geholpen.
6. Hij (worden) na mij geholpen.
7. (worden) jij al geholpen?
8. Ik (schudden) met de colafles.
9. (vermoeden) jij dat alles er dan onder komt te zitten?
10. (schudden) jij eens met die fles!
11. Hij (schudden) ook altijd met die fles.
12. Er (heersen) veel armoede nu in de Filipijnen.
13. Op Spectrum (vinden) iedereen je aardig.
14. De leraar (beweren) ook wel eens onzin.
15. Deze weg (leiden) naar Rome.
16. De olifant (bezeren) zijn been.
17. De schoonmaker (schrobben) de vloer blinkend schoon.
18. Wanneer (verzenden) je de e-mail?
19. Meneer Rook (delen) makkelijk tienen uit als je het goed doet.
20. Hij (onderhandelen) daar nooit over.